Operation Manual

16
OVERLAPPEN menu-instellingen
N.B.Als TEGELIJK is geselecteerd voor LAMPMODUS. kan het beeld
dat door de hoofd- en subprojector geprojecteerd wordt verschillend zijn. Het
wordt aanbevolen om de projectors als volgt in te stellen.
- Stel hetzelfde beeld in voor PATROON en OPSTARTEN op de hoofd- en
subprojector.
- Leg hetzelfde beeld vast voor Mijn Scherm en op de hoofd- en subprojector.
- Sla hetzelfde beeld vast voor Mijn Beeld en op de hoofd- en subprojector.
- Stel dezelfde berichtinhoud in voor de Messenger functie
(
Netwerkhandleiding Messengerfunctie) op de hoofd- en subprojector.
Als TEGELIJK is geselecteerd voor LAMPMODUS kan het bewegen van het
beeld resulteren in vermindering van de beeldkwaliteit op het scherm. Voer
de INSTALLATIE instellingen uit vooraleer de positie van het beeld aan te
passen omdat de beeldpositie zal veranderen als de INSTALLATIE instelling is
veranderd. (
Gebruikershandleiding INSTELLING menu)
Als INTERMITTENT is geselecteerd en een fout doet zich voor terwijl de
projector in gebruik is, waardoor de lamp uitgaat, zal de andere projector
automatisch starten. Als er echter geen verbinding is met de RS-232C kabel of
als er geen AC stroom is, zal de andere projecter niet inschakelen.
• In gevallen waar PIN LOCK of TRANSITIE DETECTOR op beide projectors
ingesteld is als SCHAKEL IN (
Gebruikershandleiding VEILIGHEID menu)
zullen beide projectors uit blijven, zelfs als INTERMITTENT is geselecteerd.
Voer de veiligheidscode in op beide projectors en een van beide projectors zal
inschakelen.
• Wanneer de intellectuele stapeling in gebruik is, werkt het 32:(5-
controlelampje op de projector anders dan normaal. (
Gebruikershandleiding
Oplossingen vinden) Wanneer zowel de hoofd- als de subprojector
in standby-stand staan, bepaalt de hoofdprojector welke projector wordt
ingeschakeld, in overeenstemming met de OVERLAPMODUS-instelling,
als de 21-knop op de afstandsbediening of de 67$1'%<21-knop van de
hoofdprojector wordt ingedrukt.
- Het 32:(5 lampje op de hoofdprojector knippert groen terwijl de
hoofdprojector bepaalt welke projector in te schakelen.
- Als de hoofdprojector is ingeschakeld zal het 32:(5 lampje op de
hoofdprojector normaal groen gaan branden na opgelicht te zijn.
- Als de subprojector ingeschakeld is zal het 32:(5 lampje op de
hoofdprojector oranje branden nadat de subprojector ingeschakeld is.
- Als er zich een fout voordoet in de hoofdprojector zal de subprojector
inschakelen en het 32:(5 lampje van de hoofdprojector inschakelen of
rood knipperen.
3.3 Lampmodus selecteren (vervolg)