User manual

25
Richttijden bij het koken
De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijnen. De kwa-
liteit van de pannen en de soort en hoeveelheid voedingsmiddelen be-
palen welke schakelstand u moet gebruiken.
3
3 Wij raden aan om kookstand 9 in te stellen bij het aan de kook brengen
of het aanbraden en vervolgens gerechten met een langere kooktijd op
de betreffende doorkookstand gaar te laten worden.
Schakel-
stand
Tijd die nodig
is voor het aan
de kook bren-
gen
1)
(min.)
1) Wanneer u kookt zonder automatiek kunt u de tijd die nodig is voor het aan de kook
brengen zelf kiezen.
Kookproces Voorbeelden voor het gebruik
9
Aan de kook
brengen
Aanbraden
Frituren
Aan de kook brengen van grote hoe-
veelheden vloeistof,
deegwaren koken,
vlees aanbraden,
(goulash aanbraden, braadstuk)
8 4,5
Intensief bra-
den
Biefstukken, lendestukken,
aardappelpannenkoeken,
braadworsten,
pannenkoeken/flensjes
7 3,5
6 2,0 Braden
Schnitzels/koteletten,
lever, vis,
hamburgers, spiegeleieren
5 10,2
Koken
Koken tot 1,5 liter vloeistof,
aardappelen, groente
4 6,5
3 4,8
Stomen
Stoven
Wellen
Stomen en stoven van
kleinere hoeveelheden groente,
wellen van rijst en
melkgerechten
2 1,7
1 1,0 Smelten
Boter smelten,
gelatine oplossen,
chocolade smelten
u 0,5 Warm houden Gerechten warm houden